EN DOPPERTJE WEET HET ZEKER

 

Op een prachtige dag in de vroege lente gaan Doppertje

En Fernando aangenaam zwijgend over de dijk van de

Provinciestad aan zee ten einde aan het eind van de dijk

Linksaf omhoog het duin in te gaan met als doel de

Contreien achter de provinciestad aan zee om uit te zien

Naar een woonverblijf geschikt voor Doppertje zowel

Als Fernando zelf


Boven op het duin gekomen alwaar het pad begint dat

Doppertje volgen wil ziet Doppertje aan zijn linkerzijde

Een vredig duinlandschap met een meertje waarin

Viervoeters grazen die Doppertje sterk doen denken aan

De oerossen die Doppertje weleens in plaatjesboeken

Heeft gezien


Fernando heeft een licht bejaarde schommelende en

Toch wat stramme cadans gevonden stapvoets weliswaar

Vele fietsers waarvan er velen even achterom kijken

Passeren vrolijk Doppertje en Fernando soms bellend

En ook wel Doppertje kan zich niet aan die indruk

Onttrekken met besmuikt gegiechel evenals jongens

Die menen te moeten fluimen juist als zij Doppertje

En Fernando voorbij gaan


Snel zet Doppertje de nare gedachten die een en ander bij

Doppertje veroorzaken van Doppertje af na enige tijd

Beklimt Fernando opnieuw een stijl duin en boven

Gekomen ziet Doppertje adembenemende bloemenvelden

In keurige rechthoeken kijk toch eens zegt Doppertje

Tegen Fernando maar Fernando reageert nauwelijks

Dan ziet Doppertje een pad dwars door de bloemenvelden

Heen alsook een pad dat vanaf het duin daarheen leidt

 

 

 

Kees Engelhart, 1997 - 2014