Maria de Hoorne en Paul Léautaud

De Franse schrijver Paul Léautaud, staat te boek als een zeer moeilijk man die de wereld van de weinigen die het verdragen kunnen enigszins in zijn nabijheid te vertoeven moeiteloos tot een kleine hel maakt. Dit laatste is zeker het geval wanneer de schrijver ook maar de geringste inbreuk op zijn privéleven vermoedt. Nu is het nodig een kleine reparatie te laten verrichten ten behoeve van een lek in het dak, hetgeen zijn huisbazin, Maria de Hoorne, de eigenzinnige schrijver, uiteraard omzichtig, mededeelt. ‘Het kan mij niets schelen wanneer het binnen regent, niemand komt er over mijn drempel, als u iemand stuurt komt hij niet op mijn dak…’ De schrijver, tijdens een gat in de waterleiding, laat nog liever de waterleiding afsluiten dan werklieden in zijn huis gedogen. Maria de Hoorne heeft zo haar eigen gedachten over het waarom van deze halsstarrige houding. En om wat beweging in de zaak te krijgen zegt zij slim: ‘Dat komt omdat het zo vies bij u is, dat u niet wil dat er iemand bij u binnen komt.’ De schrijver lacht en riposteert, ‘O, dat kan mij niets schelen, laat maar iemand komen, dan zult u zien dat ik mij niet geneer!’ Dan zijn de werklieden er, en de schrijver kan het bijzonder goed met ze vinden en vindt het aardige mannen. Maria de Hoorne voegt de schrijver toe dat de mannen natuurlijk aardig zijn en dat het alleen de schrijver zelf is die denkt dat niemand aardig is!

De schrijver vindt het vreemd dat Maria de Hoorne noch schrijven noch lezen kan. Hij stelt haar voor geregeld bij hem te komen, dan zal de schrijver het haar leren. Nu is het de eerste les, Maria de Hoorne bukt zich om een losgeraakte veter opnieuw te knopen. Terwijl Maria de Hoorne argeloos voorovergebogen zit, duikt de schrijver met beide handen gretig in Maria de Hoorne haar diepe en zware decolleté. Kordaat antwoordt Maria de Hoorne de onbetamelijke schrijver met een ferme klap in het gezicht. ‘Daarvoor ben ik niet gekomen’, zegt ze, ‘alleen om te leren lezen.’ Waarop de schrijver haar onaangedaan toevoegt dat bij de lessen alles is inbegrepen, absoluut alles! Maria de Hoorne laat het vervolgens bij deze ene les.

Maar nu wordt het werkelijk te gek. De schrijver vraagt Maria de Hoorne of zij geen teil voor hem heeft omdat de schrijver iets moet wassen en zijn teil is lek. Maria de Hoorne laat de teil brengen door haar hulpje Maurice, met de boodschap dat hij de was maar mee moet geven, dan zal Maria Hoorne dat wasje wel voor haar huurder doen, welk voorstel uiteraard wordt geweigerd. In de namiddag loopt Maria de Hoorne langs het huis van de schrijver en ziet een reeks pakketjes liggen, keurig naast elkaar gerangschikt. Een van de pakketjes is een beetje opengescheurd en Maria de Hoorne ziet het natte vel van een van zijn poezen. Maria de Hoorne begrijpt dat de schrijver, die inderdaad al oud is, al zijn dieren aan het verdrinken is. De volgende dag komt Maurice langs en ziet de schrijver worstelen met zijn apin, die de schrijver eenzelfde lot als zijn poezen heeft toebedacht, maar de apin verzet zich hevig. Maurice verstijft, maar beseft dat er niets aan te doen is, de apin zal toch sterven, en Maurice helpt de schrijver bij het afschuwelijke karwei.

Zo ondertussen, schatten wij, heeft de schrijver zo een vierhonderd en vijftig dieren in zijn tuin begraven in de veertig jaar dat hij ons dorpje teistert. Enkele dagen na zijn recente lugubere werkzaamheden komt de schrijver, dierenvriend bij Maria de Hoorne en zegt haar dat hem iets kwelt: dat hij al zijn dieren gedood heeft. Mocht hij dat wel doen? Heeft hij daar goed aan gedaan? Maria de Hoorne ziet plotseling scherp hoe oud de schrijver geworden is. Maria de Hoorne voelt wat de schrijver tot deze vreselijke daden gedreven heeft. Dan zegt ze zacht en meelevend dat zij het heel erg vindt wat de schrijver gedaan heeft. Vooral van de apin, die voor vier en twintig jaar de levensgezel van de schrijver geweest is, die zelfs met de schrijver sliep. En ook zegt Maria de Hoorne dat zij wellicht hetzelfde zou hebben gedaan. De schrijver, na de woorden van Maria de Hoorne, is opgelucht en is blijk met haar weergave. Twee katten heeft de schrijver nog, en ze zijn zijn lust en zijn leven.

Ik houd van die lui, altijd gedaan! Niet te stoppen gewoon,en: heeft u die foto’s weleens gezien?

 

 

© Kees Engelhart, 1997 - 2015